Onze geneesmiddelen tegen afstoting voor patiënten met een transplantatie
Na een transplantatie moet de patiënt geneesmiddelen krijgen die ervoor zorgen dat het getransplanteerde orgaan niet wordt afgestoten. Deze geneesmiddelen remmen de werking van het immuunsysteem van de patiënt. Deze geneesmiddelen moeten levenslang worden genomen.
- Prograft®: tacrolimus met onmiddellijke vrijstelling, capsules van 0,5 mg (geel, doos met 50 capsules), 1 mg (wit, doos met 50 capsules), en 5 mg (roze, doos met 50 capsules). Prograft® moet 2 maal per dag worden ingenomen, ‘s morgens en ‘s avonds, met 12 uur tussen twee innamen. Prograft® moet nuchter worden genomen of minstens 1 uur vóór of 2 tot 3 uur na een maaltijd. Van zodra men de uren van inname heeft vastgelegd, moet men er zich stipt aan houden opdat het gehalte van het geneesmiddel in het bloed stabiel en correct blijft. De capsules moeten in hun geheel worden ingeslikt met een beetje vloeistof (bij voorkeur water). De capsules mogen absoluut niet worden ingenomen met pompelmoessap.
- Advagraf®: tacrolimus met vertraagde vrijstelling, capsules van 0,5 mg (oranje en geel, doos met 50 capsules), 1 mg (wit en oranje, doos met 100 capsules), 3 mg (te verkrijgen vanaf het voorjaar 2010), 3 mg (oranje, doos met 100 capsules) en 5 mg (roze en oranje, doos met 50 capsules). Advagraf® moet 1 maal per dag ‘s morgens worden ingenomen, steeds op hetzelfde uur, nuchter of minstens 1 uur vóór of 2 tot 3 uur na een maaltijd. Het is het beste om er zich stipt aan te houden opdat het gehalte van het geneesmiddel in het bloed stabiel en correct blijft. De capsules moeten in hun geheel worden ingeslikt met een beetje vloeistof (bij voorkeur water). De capsules mogen absoluut niet worden ingenomen met pompelmoessap.
|
|
Laatst aangepast op maandag, 21 juni 2010 10:28 |