Voedingsadviezen na een transplantatie
Talrijke studies bewijzen dat de voeding een essentiële rol speelt in ons leven. Een onevenwichtige voeding kan onder andere diabetes, zwaarlijvigheid, cardiovasculaire aandoeningen, en het ontstaan van bepaalde kankers bevorderen. Hieruit blijkt het grote belang van een gezonde voeding.
Het is belangrijk om te begrijpen dat de voeding kan helpen om bepaalde bijwerkingen te beperken die verbonden zijn aan de absorptie van geneesmiddelen die in het kader van een transplantatie worden genomen.
De transplantatie vereist in de meeste gevallen een behandeling tegen afstoting die bestaat uit geneesmiddelen die bepaalde verplichtingen in verband met het dieet en de voeding kunnen teweegbrengen. De corticoïden hebben bijvoorbeeld een invloed op de water- en zoutretentie en op de opname van suikers.
In de meeste gevallen zal de voeding – om bepaalde bijwerkingen te beperken – hoofdzakelijk worden gecontroleerd op haar zouttoevoer. Ook de suiker- en vettoevoer zal moeten worden gecontroleerd.
Voor een steeds grotere keuze aan voedingsmiddelen is het aangeraden om te kiezen voor voedingsmiddelen die plezier, evenwicht en gezondheid combineren.
De belangrijkste regels voor een evenwichtige voeding kunnen als volgt worden samengevat:
- de energietoevoer aanpassen aan de behoeften
- de dagelijkse portie verdelen over 3 maaltijden en eventueel 1 tot 2 tussendoortjes
- geen maaltijden overslaan
- de keuze van de voedingsmiddelen afwisselen
- 1,5 tot 2,5 liter per dag drinken
- geen pompelmoessap drinken
- een overmaat aan suiker, vetten en zout vermijden
- minstens 400 g fruit en groenten eten per dag
- de maaltijden het belang schenken dat ze verdienen en de tijd nemen om te eten in een ontspannen sfeer
De voedselpiramide geeft een uitstekend overzicht van dit evenwicht.

De groep van de dranken is samengesteld uit melk, koffie, thee, kruidenthee, vruchtensap, groentesap. Water blijft de beste drank.
Alcohol in al zijn vormen is afgeraden.
Zetmeelhoudende voedingsmiddelen (brood, beschuiten, rijst, deegwaren, aardappelen, vruchten, graanproducten) vormen een belangrijke bron van calorieën en zijn aan de basis van de voeding.
Groenten en fruit verdienen een belangrijke plaats bij de maaltijden als men rekening houdt met hun rijkdom aan vitaminen, mineralen en vezels. Het is aangeraden om er elke dag te eten, gekookt of rauw, in de vorm van soep of sap. Het ideale is te komen tot 5 porties per dag.
Opgelet! Het eten van pompelmoes of het drinken van pompelmoessap tegelijkertijd met de inname van de geneesmiddelen is verboden, vermits de opname in het bloed kan worden beïnvloed!
Vlees, vis en eieren: om de toevoer aan eiwitten en onzichtbare vetten zo goed mogelijk in evenwicht te brengen, varieert u de bronnen door meermaals per week vis te eten in plaats van vlees. Een hoeveelheid van ongeveer 120 g bij de maaltijd is wenselijk.
De zuivelproducten: om zo goed mogelijk de vettoevoer te beheersen, moet u de vetten regelmatig afwisselen. Verse kaas, smeerkaas, harde kaas, etc. zullen aangenaam passen bij de maaltijden, terwijl melk, yoghurt, karnemelk als basis voor de tussendoortjes kunnen dienen, bij voorkeur in de halfvolle varianten.
De vetstoffen: met mate te gebruiken, de hoeveelheid is even belangrijk als de kwaliteit. De voorkeur gaat uit naar vetten van plantaardige oorsprong (olijf-, koolzaad- en zonnebloemolie, margarine en minarine). Gefrituurde voedingsmiddelen kunnen af en toe worden verbruikt.
Het verbruik van producten met hoge suikerconcentraties is best te vermijden.
Calcium: calcium is noodzakelijk voor de stevigheid van beenderen en tanden. Het speelt een rol bij het bloedstollingsmechanisme. Het is ook onmisbaar voor de secretie van insuline. Een gebrek aan calcium heeft als belangrijkste gevolg een afname van de dikte van de beenderen, osteoporose genoemd, wat kan leiden tot spontane fracturen. Een tekort aan calcium wordt zeer vaak gezien bij het gebruik van cortisone. Daarom moet men letten op een voldoende dagelijkse toevoer van calcium.
Bij een veelzijdige voeding komt calcium in een behoorlijke hoeveelheid voor, want bijna alle voedingsmiddelen bevatten het. Toch is er een betere absorptie van calcium met zuivelprodukten. Bepaalde soorten water bevatten meer calcium dan andere (Contrexville, Vittel).
Magnesium: magnesium is noodzakelijk voor de synthese van eiwitten, voor de overdracht van de zenuwimpuls en voor de spiersamentrekkingen. Een gebrek aan magnesium kan een onstabiel humeur, een verandering van de reflexen en spierkrampen veroorzaken. Omdat de geneesmiddelen die getransplanteerde patiënten moeten nemen het magnesiumgehalte in het bloed doen verlagen, is het belangrijk dat de voeding voldoende magnesium aanbrengt.
Alle voedingsmiddelen bevatten magnesium, maar sommige bevatten er meer dan andere. De voedingsmiddelen die een grote hoeveelheid magnesium bevatten, zijn volkoren graanproducten (in de vorm van volkorenbrood, volwaardige rijst en deegwaren, peulvruchten (linzen, grauwe erwten enz.) en droge vruchten (noten, amandelen enz.). Sommige soorten water zijn rijker aan magnesium dan andere (Badoit, Derby-water, Contrexeville, Vittel, Hépar).
Kalium: omdat het kaliumgehalte in het bloed gevoelig stijgt door de inname van verschillende geneesmiddelen, is het noodzakelijk dat sommige getransplanteerde patiënten erop letten om de toevoer uit de voeding te beperken. Bijna alle voedingsmiddelen bevatten kalium in een niet-verwaarloosbare hoeveelheid.
Voedingsmiddelen die rijk zijn aan kalium zijn vruchten (in het bijzonder de droge- en oliehoudende vruchten, bananen, vruchtensappen), groenten (aardappelen, soepen, droge groenten), producten op basis van cacao (chocolade, choco voor op de boterhammen), producten zonder zout (fijne vleeswaren zonder zout, vervangzout).
Enkele tips:
- vervang zo vaak mogelijk aardappelen door rijst, deegwaren of polenta
- vermijd het stoomkoken en het koken in de microgolfoven of in de oven: deze manieren van koken zorgen niet voor een voldoende kaliumverlies
- de groenten en de aardappelen in kleine stukjes snijden en in veel water koken zorgt ervoor dat ongeveer de helft van het kalium wordt verwijderd.
|