Reizen en transplantatie

Voyages

Een getransplanteerde patiënt mag reizen op voorwaarde dat hij enkele maatregelen neemt. Het is aangeraden om zes maanden tot een jaar te wachten na de transplantatie, namelijk de tijd waarin de controleraadplegingen minder frequent worden.

 

Er is geen echte contra-indicatie voor bepaalde gekozen bestemmingen om een deugddoende vakantie door te brengen. Men zal echter wel proberen om streken te kiezen met aanvaardbare hygiëneregels.

Vóór het vertrek zal een raadpleging bij de arts ervoor zorgen dat wordt gecontroleerd of er geen contra-indicatie bestaat, dat er geen risico op infectie bestaat en dat de reis zo goed mogelijk wordt voorbereid. Ongeacht de bestemming zal de patiënt een kaart dragen waarop zijn statuut van getransplanteerde patiënt vermeld is en de gegevens van het ziekenhuis waar hij behandeld wordt.

Reizen met zijn immunosuppressieve behandelingen

De immunosuppressieve behandelingen moeten worden voortgezet en op vaste uren worden ingenomen. Vóór het vertrek naar het buitenland zal de behandelende arts een voorschrift opstellen waarop de internationale benaming van de moleculen (of het werkzame bestanddeel van de geneesmiddelen) vermeld is voor het geval de patiënt in het buitenland de geneesmiddelen moet kopen. Bovendien is het verstandig om een beetje meer geneesmiddelen mee te nemen dan nodig voor de duur van de reis.
Bij een vliegreis is het aangeraden om de geneesmiddelen te verdelen; een kleine hoeveelheid  in de valiezen en een grotere hoeveelheid in de handbagage. Als de koffer verloren zou gaan, heeft men nog altijd een voorraad geneesmiddelen in de handbagage.
Ter plaatse moeten de geneesmiddelen bewaard worden op de temperatuur die op de verpakking vermeld staat.
Laatst aangepast op maandag, 21 juni 2010 12:19
 
 
French (Fr)Nederlands - nl-NL