De lever

Le rein

De lever is het grootste orgaan van het lichaam. Hij is gelokaliseerd in het rechter bovendeel van de buik, achter de rand van de ribben en onder de longen.

De lever vervult enorm veel functies, met name:


  • De omzetting van opgenomen voedingsmiddelen in elementaire bestanddelen die zullen dienen om energie te leveren en om permanent de cellen van het lichaam te vernieuwen.

  • De productie van gal die noodzakelijk is voor de spijsvertering.

  • De productie van zeer specifieke eiwitten, zoals:

    • stollingsfactoren

    • enzymen

    • bloedeiwitten

  • Het opslaan van ijzer, vitaminen en energiebronnen zoals glycogeen dat een reservevorm van suiker is.

  • De eliminatie van toxische of nutteloze bestanddelen of bestanddelen waarvan de concentratie in het bloed of in de weefsels op specifieke niveaus moet worden behouden, bijv. geneesmiddelen, alcohol, hormonen, ammoniak en andere mogelijk toxische producten die door de voeding worden aangebracht of door bacteriën worden geproduceerd.

  • Het gehalte aan bloedeiwitten regelen.

De lever beschikt over een opmerkelijk regeneratievermogen na de meeste ziekten waardoor hij wordt getroffen. Maar in bepaalde gevallen (kanker, cirrose ten gevolge van hepatitis B of C, cirrose door alcohol, …) lijdt hij onomkeerbare schade die gevolgen zullen hebben. Als deze gevolgen te groot zijn of als ze te vaak opnieuw voorkomen, kunnen ze leiden tot een onvoldoende werking van de lever, die men “leverinsufficiëntie” noemt. De lever kan zijn functies dan niet meer voldoende uitvoeren. In dit geval wordt levertransplantatie aangeraden.

Het is in 1963 te Denver (Verenigde Staten) dat Thomas Starzl de eerste levertransplantatie bij de mens heeft uitgevoerd.

 

Er zijn twee soorten levertransplantaties:

  1. Transplantatie van een lever of een deel van de lever dat afkomstig is van een overleden donor:

    Bij dit soort transplantatie wordt een gezonde lever (of deel van een lever) van iemand die hersendood of gestorven is aan een hartstilstand in het lichaam van de zieke getransplanteerd.

  2. Transplantatie van een deel van een lever dat afkomstig is van een levende donor: Omdat de lever zich zeer snel herstelt tot zijn oorspronkelijke grootte, is het mogelijk om een deel van de lever weg te nemen zonder de leverfunctie van de donor te verstoren. Het nadeel om een transplantaat met een kleinere massa te transplanteren, wordt gecompenseerd door verschillende voordelen:

    • Het geprogrammeerde en geregelde karakter van de ingreep op een optimaal ogenblik voor de ontvanger.
    • Een perfect gezond transplantaat waarvan men op voorhand de anatomische kenmerken kent.
    • Een gunstig immuuneffect als het transplantaat van een verwante donor afkomstig is.

Voor patiënten die lijden aan ernstige leverinsufficiëntie is een levertransplantatie de enige optie. Het slaagpercentage van levertransplantaties bedraagt ongeveer 80 %1.


1. Eurotransplant data, http://www.transplant.org

Laatst aangepast op dinsdag, 27 oktober 2009 15:21
 
 
French (Fr)Nederlands - nl-NL